Visie

December 2010

Iedereen heeft een visie. Een visie op mensen, een visie op ondersteuning van mensen met een handicap, een visie op wonen, samen leven en werken.

Ook de ouders van de bewoners van de woon-/werkboerderij van Stichting Buiten Gewoon hebben ideeën over hoe het wonen van hun zoon/dochter er straks uit moet gaan zien en op welke manier er inhoud gegeven moet worden aan de begeleiding van hun zoon/dochter. De verschillende ouders kunnen daar verschillende ideeën over hebben.

Bovendien geven de ouders straks de zorg uit handen aan een zorginstelling, aan  Cello. En ook deze organisatie heeft een visie op mensen en op ondersteuning van mensen met een beperking.

Het handelen van mensen wordt bepaald door de visie die mensen hebben.

Daarom is het noodzakelijk om de verschillende visies te bespreken en te bekijken of we een gezamenlijke visie kunnen formuleren, die we als uitgangspunt kunnen gebruiken.

 

De visie en missie van Cello staat als volgt beschreven op de website:

“De opdracht van Cello is mensen met een verstandelijke beperking de mogelijkheid te bieden om als anderen hun leven te leiden. Met flexibele en professionele ondersteuning in het dagelijks functioneren, afgestemd op de individuele vraag. Zodat zij als persoon en als lid van de samenleving tot hun recht kunnen komen.

Want mensen met een verstandelijke beperking zijn in de eerste plaats burgers van deze samenleving. Met dezelfde behoeften en rechten als ieder ander. Dat betekent dat de algemene normen evengoed gelden voor mensen met een verstandelijke beperking en de maatstaf zijn voor de omstandigheden waarin zij leven, wonen en werken.

Mensen met een verstandelijke beperking hebben wel extra ondersteuning nodig om deze “gewone” kwaliteit van leven te realiseren. Het bieden van deze ondersteuning is de kern van de missie van Cello”

 

Onderstaande beschrijving is door de ouders opgesteld en dient als uitgangspunt voor het project.

 

Mensvisie:

Ieder mens is uniek met al zijn talenten, mogelijkheden en beperkingen. Iedereen heeft evenveel waarde. Ieder mens leeft ook in relatie met anderen. Ieder mens brengt daarbij sterke en zwakke punten in, talenten en beperkingen. Het gaat erom dat mensen in wederkerigheid genieten van elkaars talenten en elkaar helpen met zwakke punten. Iedereen maakt deel uit van de samenleving en medevormt die samenleving.

 

Ieder mens heeft recht om zijn eigen leven te leven, te streven naar een goed leven, naar “kwaliteit van leven”.

Kwaliteit van leven zit in de mogelijkheid om je eigen talenten te ontplooien, om je te ontwikkelen en zo een goed bestaan te leiden. Om goed te wonen, een netwerk van familie en vrienden op te bouwen, en je dag zinvol te besteden.

Voor de invulling van zijn leven, kiest iedereen anders. De keuzen die je maakt, bepalen wie je bent en je plaats in je omgeving en in de samenleving. Sommige mensen hebben ondersteuning nodig bij het maken van keuzes. Maar iedereen is in staat grote of kleine keuzes te maken in zijn leven.

 

Deze uitgangspunten gelden vanzelfsprekend ook voor mensen met een (verstandelijke) beperking. Het geeft mensen met een beperking een plaats in de samenleving, als volwaardige mensen, als gelijkwaardige mensen.

Zij vragen wel onze byzondere aandacht en zorg. Het ontwikkelen van hun talenten en mogelijkheden en het leren omgaan met hun beperkingen vraagt een grotere investering van de medemensen om hen heen.

Het vraagt om een open en eerlijke benadering waarin ruimte is voor ieders eigenheid en waarin beperkingen niet vragen om een betuttelende en overnemende houding, maar om het zoeken naar een goed evenwicht tussen ondersteuning waar nodig en zelf hun eigen weg zoeken. Dit betekent dat mensen uitgenodigd worden om af en toe af te wijken van gebaande wegen, geprikkeld worden om nieuwe ervaringen op te doen.

Tegelijkertijd vraagt het ook om het voorkomen van overschatting van hun mogelijkheden. Dan is discussie nodig over de vraag welke omstandigheden noodzakelijk zijn om die unieke persoon zijn eigen leven, in zijn of haar eigen tempo te laten leven. Een volwaardig burger die op basis van gelijkwaardigheid zijn of haar eigen weg in het leven zoekt.

 

Wonen en begeleiding.

De begeleiding van de bewoners in hun nieuwe woonsituatie vraagt om een bepaald begeleidingsklimaat. Om ervoor te zorgen dat het klimaat prettig is voor alle bewoners, zodat ze zich op hun gemak kunnen voelen in het huis waar ze wonen, is het nodig dat er afspraken gemaakt worden tussen de verschillende partijen, die verantwoordelijk zijn voor de sfeer in huis.

-       Allereerst de bewoners zelf. Zij zullen uitgedaagd en ondersteund moeten worden bij het kenbaar maken en uitvoeren van hun wensen. Regelmatig worden er huisvergaderingen georganiseerd door de begeleiding, waarin bewoners hun individuele en groepswensen kenbaar kunnen maken.

-       De ouders/belangenbehartigers zullen ten dienste staan aan hun kind. Daar waar deze de situatie zelf niet kan verwoorden of overzien, zijn zij degene die bijspringen. We moeten zien te voorkomen dat ouders ook bij alle kleine zaken betrokken worden, die door begeleiding en bewoner zelf geregeld kunnen worden. (betuttelen). Het is voldoende ouders op de hoogte te stellen van de problemen en oplossingen die hun kind heeft bedacht. Loslaten is een kunst die de ouders moeten leren.

-      De begeleiders hebben als taak om een goed beeld van de bewoner te vormen. Hoe zit hij in elkaar? Wat zijn zijn mogelijkheden en beperkingen? Waar wil hij aan werken? En hoe is op basis van dit alles gezamenlijk de ondersteuning te leveren?

-      De begeleiders hebben tevens als taak om het netwerk van de bewoners te ondersteunen. Dit betekent dat er aandacht moet zijn voor het behouden van het netwerk en eventueel het vergroten van het netwerk.  Ook hebben de begeleiders een taak in het contact onderhouden met de buurt.

In samenspraak tussen de bewoner, diens ouders/belangenbehartigers en de zorgverleners wordt een individueel begeleidingsplan opgesteld. Dit individuele plan vormt de basis voor de omgang met en begeleiding van iedere individuele bewoner.

 

Daarnaast is het zinvol om uitgangspunten te beschrijven, die iets zeggen over het begeleidingsklimaat van de totale groep.

We gaan er vanuit dat de bewoners op weg zijn naar volwassenheid. Zij laten de kindertijd achter zich en komen in een nieuwe levensfase: de volwassenheid. Dit vraagt van ouders en begeleiders een andere houding. De bewoner wil meer een eigen leven gaan leiden, meer zelfstandigheid, net als ieder ander op die leeftijd.

Aan ouders en begeleiders de taak om hierin te voorzien: loslaten, ruimte geven om te oefenen en vertrouwen zijn belangrijke begrippen in dit kader. Daar waar de bewoner de gevolgen van zijn handelen (nog) niet kan overzien, is de ondersteuning gerechtvaardigd.

 

We willen een begeleidingsklimaat creëren dat bewoners uitnodigt om zoveel mogelijk vragen te stellen en wensen kenbaar te maken. Een klimaat dat uitnodigt tot het ontdekken en ontwikkelen van talenten. Een klimaat waarbij de bewoners de mogelijkheid geboden wordt om nieuwe ervaringen op te doen.

Een klimaat waarin aandacht en respect is voor ieders persoonlijkheid, voor de vrijheid van het individu.

Een klimaat waar ook aandacht is voor de ander, gemeenschapszin gestimuleerd wordt in de zin van samen verantwoordelijk zijn voor de sfeer in huis, iets voor de ander over hebben, samen dingen doen.

Een klimaat waar warmte, geborgenheid en gezelligheid heerst. Een plek waar je jezelf kan zijn en ook even niks hoeft.

Een klimaat waarin het aangaan en onderhouden van relaties met anderen een belangrijke plaats inneemt; relaties met huisgenoten, familie en vrienden. Wonen in een huis waar je je deur open kan zetten voor degene die voor jou belangrijk zijn.

Een klimaat van deelnemen aan de samenleving, onderdeel zijn van een buurt, een wijk, een dorp. Onderdeel zijn van een groter geheel en net als ieder ander bouwen aan een netwerk van mensen om je heen.

 

De samenstelling van de groep bewoners die gaan wonen op de boerderij is heterogeen van aard. Zowel jongens als meiden, in de leeftijd van 18 tot 34 jaar, met verschillende wensen, mogelijkheden en beperkingen zullen deel gaan uitmaken van deze woonvorm.

Voor meer informatie over de samenstelling van de groep kunt u het groepsprofiel bekijken. (www.buitengewoon.org)

 

Dagbesteding en vrije tijd.

Een aantal bewoners hebben straks hun dagbesteding op de boerderij, waar ze ook wonen. Het is tevens mogelijk om een dagbestedingsplek buitenshuis te hebben.

Dagbesteding en werken nemen een belangrijke plaats in, in ons leven. Doordat we onze dag zinvol besteden en/of werk doen wat past bij onze mogelijkheden, hebben we voorwaarden geschapen om gelukkig te kunnen zijn.  Je dag besteden doe je niet alleen. Je ontmoet andere mensen. Je hoort ergens bij en je kunt het gezellig hebben. Je voert taken uit die je goed kunt en je leert nieuwe dingen. Je bent verantwoordelijk voor een aantal taken en je weet dat er het een en ander van je wordt verwacht. Dat geeft zin aan het bestaan. 

Uitgangspunten ten aanzien van dagbesteding, werk en vrije tijd:

-      Iedere bewoner die op de boerderij woont, heeft affiniteit met boerderij/tuin en dieren

-      Iedere bewoner heeft een dagbestedingsplaats op de boerderij of elders, die past bij zijn individuele behoeftes en mogelijkheden.

-      Iedere bewoner heeft recht op een traject (activiteiten- of werkplan), dwz. dat zijn wensen en mogelijkheden in kaart worden gebracht en er een lijn uitgezet wordt voor de toekomst: wat kan ik al en wat wil ik nog leren?

-      Het dagbestedingsgedeelte van de boerderij zal de mogelijkheid bieden om verschillende taken uit te voeren, die variëren in moeilijkheidsgraad.

-      De producten die gemaakt worden zijn voor eigen gebruik en voor de verkoop.

 

Verschillende participanten, verschillende rollen.

Al degene die betrokken zijn bij de begeleiding van de bewoner in zijn nieuwe woonsituatie hebben met elkaar te maken. Deze participanten gaan een relatie met elkaar aan. De begeleider van de zorginstelling betekent iets voor de bewoner en de bewoner betekent iets voor de begeleider. De bewoner is belangrijk voor de ouders/belangenbehartiger en omgekeerd. In deze relaties zit wederkerigheid. Het is geen eenrichtingsverkeer.

De begeleider heeft de meeste tijd met de bewoner te maken; de meest directe relatie. Verder heeft de begeleider een relatie met de ouders/belangenbehartiger, voor zover over bepaalde zaken overleg met de bewoner zelf niet mogelijk is. Dit contact met de ouders/belangenbehartiger is een afgeleide van het contact met de bewoner en is daaraan dienstbaar.

De ouders/belangenbehartigers treden voor de bewoner op bij vragen, situaties en problemen die de bewoner zelf niet kan overzien.

De begeleiders en de ouders/belangenbehartigers hebben een gemeenschappelijke invalshoek, namelijk het levensperspectief van de bewoner.

 

In de nieuwe woonsituatie van de bewoner is het belangrijk dat elke participant zijn rol kent en dat de relatie tussen de verschillende participanten goed is.

We streven ernaar om in de driehoek “bewoner – begeleider – ouders/belangenbehartiger” vooral de rol van de bewoner en zijn levensperspectief voorop te stellen. Van groot belang is elkaars rollen te respecteren en voortdurend in een open sfeer met elkaar in gesprek te gaan en te blijven.

Samen hetzelfde doel, het levensperspectief van de bewoner, voor ogen houdend.

 

 



Stichting Buiten Gewoon, Woon- en werkboerderij te Berlicum